Spitsstaart Amandine

Belangrijk:

Er is een geel- en een rood snavelige variëteit. De laatste is iets mooier. Het merkwaardige is dat de hier gekweekte soorten nooit die lange staart krijgen, die ze in de natuurlijke staat hebben. Voor ervaren liefhebbers een van de aantrekkelijkste soorten.

Partner:

Man: Kop zilvergrijs; keel met peervormige zwarte vlek; zwarte oogstreep. Stuit bruinroze, bruiner en dieper op de vlerkjes. Witte romp en bovenstaartdekveren, Zwarte rompstreep. Geelbruine borst met paarse weerschijn. Buik en flanken wit, evenals de onderstaartdekveren. De staart is zwart. Opvallende draadvormige, lange middelste staartveren die tot een punt lopen. Snavel geel, poten helder rood, ogen bruin Pop: is vrijwel niet van het mannetje te onderscheiden, vandaar dat het aanbeveling verdient om bij aanschaf het beding te maken om één van de vogels bij de handelaar te mogen ruilen als mocht blijken dat de gekochte diertjes geen paar vormen. De hartvormige vlek op de keel is wellicht iets kleiner en heeft niet zo'n typische peervorm.

Kweek Info:

In een nestkastje bouwen ze hun nest uit halmen, van binnen met fijnere vezels en veren bekleed. De broedtijd bedraagt 14 dagen, de jongen worden meestal goed groot gebracht. Het voer bestaat dan uit hardgekookt ei, gemengd met beschuit, klein gesneden meelwormen, veel groenvoer en geweekte zaden. Kalk en mineralen moeten in ruime mate aanwezig zijn. Om natuurbroed spitsstaartamadine’s te kweken hebben we niet direct een hele grote kooi of voliere nodig. Op een kleiner oppevlak kan men al goede resultaten behalen met de kweek. Een broedkooi van 60 x 40 x40 is hiervoor al ruim voldoende. Mits er voldoende licht is gaan de spitsstaartamadine’s al gauw over tot paring. Het leggen van de eieren geschiedt in bijna alle tot hun beschikking staande nestgelegenheden. Als materiaal gebruiken ze fijn hooi, kokos, droog gras en als het mogelijk is wat paardehaar. De 5 a 6 eitjes worden door beide ouders bebroed en ook het voeren van de jongen is een taak van beide ouders. Indien het aangeboden eivoer wordt gemengd met wat kiemzaad, pinky’s, buffalowormpjes en universeelvoer, zult U zien dat er dankbaar en gretig van wordt opgenomen. Meestal zullen de insecten als eerste op zijn. Ook het uitvliegen zal op zich geen problemen opleveren, al zijn ze de eerste dagen wat paniekerig met vliegen. Wanneer de jonge vogels zijn uitgevlogen dient wel de nestgelegenheid verwijderd te worden, daar de ouders anders direct aan een nieuw nest beginnen. Na een 5 a 6 weken zullen de jongen zelfstandig zijn en zult U ook merken dat de ruiperiode meestal probleemloos verloopt. Nestcontrole is overigens bij deze vogels geen probleem. Wanneer U Uw hand nog maar net uit de kooi heeft gehaald wordt direct het nest weer opgezocht. Bij een minimumtemperatuur van zo’n 12-15 graden zullen deze vogels goed gedijen. Daar de vogels zomer en winter willen broeden, moeten ze 's winters gescheiden worden. Ze zijn sterk en behoeven niet in een verwarmd vertrek te blijven.

De Gekleurde Zanger - C.L.W.Noorduijn | info@vogelvereniginglochem.nl