Halsbandparkiet  (Psittacula krameri manillensis)

Beschrijving van de soort 

De (Indische) halsbandparkiet, of Psittacula Krameri Manillensis, zoals zijn wetenschappelijke naam luidt, behoort tot de groep van edelparkieten. De wildvorm halsbandparkiet is overwegend groen van kleur met een blauw/groene staart. Verder heeft hij een rode snavel en zijn de irissen van de ogen geel gekleurd. Ongeveer op een leeftijd van 3 jaar krijgen de mannen hun kenmerkende zwarte met wit en roze afgezette halsband. De naam halsbandparkiet is hiermee direct verklaard. Man en pop zijn door deze halsband goed te onderscheiden. Jonge mannen lijken echter op de pop en bezitten de halsband nog niet. Let er daarom bij de koop van deze vogels op dat ze rond de 3 jaar oud zijn, zodat met zekerheid het geslachtsonderscheid zichtbaar is. Over het algemeen zijn de vogels op een leeftijd van 3 jaar geslachtsrijp. Toch komt het ook regelmatig voor dat vogels van 2 jaar oud al jongen groot brengen.

Huisvesting

Halsbandparkieten zijn zeer sterke vogels die prima tegen ons klimaat kunnen. In Nederland zijn er zelfs al populaties (ontsnapte vogels) die in het wild leven en zich prima redden. Wel is het erg belangrijk dat de vogels in de winter, als het vriest, kunnen beschikken over een vorstvrij nachthok. Omdat ze vleespoten hebben is de kans groot dat deze bevriezen als ze s’ nachts aan het gaas gaan hangen. Als dit het geval is zullen de tenen uiteindelijk afsterven, hetgeen erg verminkend voor de vogel is. Zorg er ook voor dat de zitstokken voldoende dik zijn, zodat de tenen bij het zitten goed afgedekt worden door het verenkleed. De vlucht van de volière dient een afmeting te hebben van ca. 3 meter lang, 1 meter breed en 2 meter hoog. Door hun enorme knaaglust is een houten volière niet aan te bevelen. Beter is het om de volière van bijvoorbeeld aluminium te maken. Verder is het belangrijk om naast elkaar gelegen vluchten te voorzien van dubbel gaas. Hiermee wordt voorkomen dat naast elkaar gehuisveste paren elkaar in de poten kunnen bijten. 

Het samenstellen van kweekparen 

Er zijn binnen de soort inmiddels zoveel mutaties dat er bijna geen zuiver verervende vogels meer zijn. Ik pleit er daarom voor om zoveel mogelijk te trachten paren samen te stellen die zuiver verervend zijn. Door de vogels reeds op jonge leeftijd te koppelen kunnen veel problemen (niet klikken!) worden voorkomen. Dit betekent echter dat we de vogels zullen moeten laten seksen om er zeker van te zijn dat we met een man en of pop te maken hebben. De vogels goed observeren (man en pop gedrag!) wil hierin ook nog wel eens helpen. Seksen blijft echter de zekerste manier.

Voeding 

De voeding die ik verstrek bestaat uit een zaadmengsel voor grote parkieten. Naast dit zaadmengsel krijgen de vogels elke dag een mengsel van geweekt kiemzaad en eivoer/universeelvoer (één op één). De verhouding tussen het zaad en het geweekte kiemzaad/eivoer/universeelvoermengsel is één op één. Twee keer per week meng ik, ondanks dat de vogels er ook vrij over kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpen grit door het kiemzaad. Natuurlijk krijgen de vogels ook regelmatig fruit en groenvoer. De vogels, ook de jongen, doen het op deze voeding prima.

De kweek 

Halsbandparkieten beginnen meestal al vroeg met het broedproces. Vaak zijn in januari al paringen waar te nemen tussen de vogels. Toch is het af te raden om dan al broedblokken te verstrekken. Beter is het om dit proces wat te rekken en de blokken niet eerder te geven dan in maart (afhankelijk van het weer!!). Nestblokken met een afmeting van 25x25x60 cm. voldoen over het algemeen goed. Het invlieggat dient een diameter te hebben van ca. 7 cm. Om de vogels te helpen bij het in- en uit gaan van het blok is het aan te raden de binnenzijde van het blok onder het invlieggat te voorzien van een strookje gaas en of krammen. Als nestmateriaal kan een mengsel van (vochtig) onbemeste potgrond en houtkrullen worden gegeven (ca. 4 – 5 cm dik). De pop legt meestal 3 tot 5 eieren die om de dag worden gelegd. Na een broedduur van ca. 24 dagen worden de (kale) jongen geboren. Op een leeftijd van ongeveer 8 -10 dagen moeten de jongen worden geringd met een 6,5 millimeter geharde voetring. Op een leeftijd van 7 weken vliegen ze uit waarna ze nog 2 tot 3 weken door de ouders worden (bij)gevoerd). Meerdere legsels zijn mogelijk.

Mutaties 

Bij de halsbandparkiet kennen we door de grote hoeveelheid mutaties al meer dan honderd kleurslagen. Deze grote variëteit aan kleurslagen is mogelijk door de vele combinaties van mutaties die in één en dezelfde vogel zijn te kweken. Zoals reeds eerder opgemerkt zijn er bijna geen zuiver verervende vogels meer zodat uit een nest met 5 jongen, 5 verschillende kleurslagen kunnen komen.

 

De Gekleurde Zanger - C.L.W.Noorduijn | info@vogelvereniginglochem.nl