Gouldamandine

 

Informatie:

Chloebia gouldiae De gouldamadine ofwel de Chloebia gouldiae, is genoemd naar de man die hem ontdekte, John Gould. Deze 'ornitholoog' leefde van 1804 tot 1881. Rond 1838 ging hij samen met zijn vrouw naar Australië waar hij veel onderzoek deed naar vogels. De boeken die hij hier over schreef werden door zijn vrouw van prachtige tekeningen voorzien. Veel van deze boeken zijn te vinden in de Artis bibliotheek in Amsterdam. In één van deze boeken is ook de gouldsamadine beschreven en afgebeeld. Niet zolang nadat de gouldamadine was ontdekt werd hij in 1887 in Engeland ingevoerd en niet veel later ook op het Europese vaste land.

Belangrijk:

Ziekten en gebreken bij de Gouldamadinen Ziektebeelden: Draaihalsziekte/Draainekziekte Campylobacteriosis Cochlosomose Schimmelinfekties Luchtpijpmijt Rode Bloedmijt Veermijt Kaalheid/ Kale koppen -------------------------------------------------------------------------------- Kaalheid/ Kale koppen Ook al zijn er een hoop middelen op de markt ter bestrijding of genezing van parasieten/ziekten. Als vogelkweker doet men er verstandig aan om (ter preventie) te zorgen voor de juiste (en afwisselende) voeding, schone hokken en een gezond vogelbestand. Met dit laatste bedoel ik dat men als kweker een goede administratie moet bijhouden waarin (bijna) alles is terug te vinden van een vogel. Dit kan handmatig worden gedaan in een schrift of m.b.v. een software programma op de PC. Van deze laatste kun je een Demo dowloaden bij o.a. REUDINK AUTOMATISERING. Zodra er ook maar iets met zo'n vogel aan de hand is geweest, deze vogel niet meer inzetten bij de kweek (zeker niet als je als kweker een goede stam wil gaan opzetten). Je kunt nooit te streng selecteren. Pas je de selectie niet streng toe dan wordt je in de jaren daarna geconfronteerd met de gevolgen van deze minder strenge selectie. Op deze manier kun je sterke en goede vogels kweken die niet afhankelijk zijn van allerlei medicijnen/ oplap middelen. Goulds zijn geen zwakke vogels, maar een aantal mensen die er mee kweken maken ze zwak (maken een legkip van de Gould (stoppen ze vol met troep en gaan er weer mee kweken). Beter wat minder jonge goulds op stok die goed tot zeer goed van kwaliteit zijn dan een hoop rotzooi. -------------------------------------------------------------------------------- Draaihalsziekte/Draainekziekte: Verwekker is het Paramixo virus en wordt via kontakt met een drager van het virus over gebracht. Ziekte verschijnselen: De Gouldamadine maakt ongecontroleerde bewegingen (alsof de vogel dronken is) en in een later stadium kunnen verlammingen en kramp optreden. De perioden tussen deze aanvallen worden steeds korter met als uiteindelijk gevolg : de dood van desbetreffende vogel. Genezing is voorals nog niet mogelijk. Berichten over genezing (o.a. d.m.v. entstof) spreken elkaar tegen. Vergelijkbare verschijnselen kunnen optreden bij verkeerd gebruik medicijnen/bestrijdingsmiddelen en door gebruik van onvolledig (tekorten aan..) voer. Bij onvolledig voer gaat het vooral om een tekort aan vitamine B1. -------------------------------------------------------------------------------- Campylobacteriosis: De Campylobacter-bacterie komt bij vele vogelsoorten voor. Ook bij Gouldamadinen kan deze bacterie voorkomen. Oudere vogels kunnen drager zijn van deze ziekte (vertonen geen ziekteverschijnselen), terwijl jonge Goulds aan deze bacterie infectie sterven. Besmette vogels eten daarentegen veel, echter men doet er verstandig aan om vooral de vogel zachtvoer (eivoer/krachtvoer) te geven. Ziekte verschijnselen: * diarree of gele droge uitwerpselen. Jonge Goulds hebben een dikke buik en de darmlussen zijn vaak waarneembaar. Soms zijn er onverteerbare zaadjes in de ontlasting te zien omdat door de bacterieën de spijsvertering verstoord is. Vast te stellen door mestonderzoek (dierenarts). Behandeling mogelijk met Erythromycine W. of Baytril -------------------------------------------------------------------------------- Cochlosomose: Geïnfekteerde vogels sterven aan deze ziekte. Wordt overgedragen door andere prachtvinken (vooral bij intensief contact ==> in het nest). Een reden om toch vooral "natuurbroed" aan te hangen i.p.v. Japanse meeuwen in te zetten bij de fok. Ziekte verschijnselen: * Na ongeveer 10 dagen tot 45 dagen treedt er een groei achterstand op. De Goulds hebben een rimpelige huid, gele kleur en dunne mest (gelig). Behandeling mogelijk met Emtryl of Ronidazole (n.b. kan gevaarlijk zijn voor vogels hou u daarom aan voorschriften). -------------------------------------------------------------------------------- Schimmelinfekties: Luchtpijpmijt: -------------------------------------------------------------------------------- Luchtpijpmijten vestigen zich in de luchtpijp en luchtzakken (Luchtpijpmijt komt niet vaak voor) .Door hun voorkomen in luchtpijp en/of luchtzakken veroorzaken ze ademhalingsmoeilijkheden bij de Gouldamadine. Indien er een vogelbesmet is kan deze het hele vogelbestand besmetten. Ook ouders besmetten de jongen in het nest. Ziekte verschijnselen: Vogel met luchtpijpmijt vertoont ademhalings moeilijkheden/ hapt zichtbaar naar lucht en maakt soms rare bewegingen met de kop (alsof de vogel iets uit de keel wil slingeren). Dit laatste verschijnsel niet verwarren met de Draaihalsziekte. Indien men zo'n vogel ter hand neemt en vlak bij het oor houdt hoor je een piepende/zware ademhaling. Behandeling is mogelijk door middel van speciale druppels (Bogena anti-luchtpijpmijt) of door in het vogelverblijf een vaponastrip te zetten (hou je aan de voorschriften). Rode Bloedmijt: Veermijt: Veermijten kunnen de bevedering aantasten waardoor de bevedering van de Goulds wordt aangetast (kale koppen kunnen een oorzaak zijn. Zie ook het stuk hieronder). Veermijt is goed te bestrijden. Men moet allereerst zorgen voor een goede huisvesting (met zo weinig mogelijk kieren). Behandel de kooi of voliere preventief tegen deze en ook ander ongedierte. bijvoorbeeld: behandel voor het het broedseizoen de kooien/broedkastjes en/of voliere met U3 van Denka international (toelatingsnummer 5674 N). U3 is werkzaam tegen bloedluis, schatluis en teken, alsmede tegen vliegen en muggen en heeft een werking van ongeveer 6 maanden. Daarnaast bestaan er middelen om vogels die last van veermijt hebben in te spuiten (o.a. Beaphar vogelspray (toelatingsnummer 8417 N) verschijnselen: Slechte bevedering (aangetaste veren door vraat), pikken in de bevedering (irritatie). Middelen ter behandeling of voorkomen van explosie veermijt en andere parasieten: * U3 (Denka)(eigenlijk bedoeld voor duiven) * Beaphar vogelspray (Beaphar) * Chevitren * Vaponastrip (Vapona) * Daarnaast speelt ook de omgevingstemperatuur een rol bij de ontwikkeling/voortplanting van de veermijt. Net als bij bloedmijten is een te hoge omgevingstemperatuur niet goed. Een reden te meer om te kweken bij lagere temperaturen en niet, zoals sommigen doen, kweken bij temperatuur van > 25 graden C.

Opvoeding / verzorging:

Broedproces in het wild en in gevangenschap Natuur: In hun natuurlijke leefomgeving broeden gouldamadines aan het eind van de regentijd. Dan is er volop rijpend graszaad voor handen om de jongen mee te voeren. In deze periode komt de temperatuur niet beneden de 20ºC. Als nestgelegenheid wordt meestal gebruik gemaakt van holen in bomen. Slechts zelden wordt een nest in een struik gebouwd. Omdat de gouldamadine een koloniebroeder is broeden er vaak meerdere paartjes in de nabijheid van elkaar en soms zelfs in dezelfde nestholte. Nestmateriaal wordt bijna niet gebruikt. Er worden meestal 5-6 witte eitjes gelegd. Het feit dat ze witte eitjes leggen zegt al veel over hun nestgelegenheid. Eitjes die in een hol worden gelegd behoeven geen schutkleur omdat ze toch niet opgemerkt kunnen worden door rovers. Eitjes die in een nest in een boom of op de grond gelegd worden zijn daarentegen wel altijd voorzien van een schutkleur. Broeden: De eitjes worden afwisselend door de man en de pop bebroed. Na ca. 14 dagen komen de eerste eitjes uit. De jongen komen kaal ter wereld. In het wild worden de jongen vooral met dierlijk voedsel groot gebracht. In het begin van de broedtijd eten de oudervogels vrijwel alleen vliegende insecten, vooral termieten. In gevangenschap kunnen we de vogels huisvesten in broedkooien van bijvoorbeeld 100 x 50 x 50 cm. of in een volière. Zorg tijdens het broeden voor een minimum temperatuur van 14 ºC tot 18 ºC en 15 lichturen, bijvoorbeeld 07.00 uur aan en 22.00 uur uit. De Balts Eén van de mooiste dingen om naar te kijken is de balts bij gouldamadines. Het mannetje zet zijn kop en borstveren op en richt zich op in verticale stand. Dan maakt het mannetje met zijn kopje trillende op- en neergaande bewegingen die steeds sneller worden. Vervolgens wordt het hele lichaam in een verticale stand gebracht waarbij de staart naar beneden gericht is. Hierna brengt hij een zacht gezang ten gehore en begint te dansen. Met op- en neerwaartse bewegingen laat hij een prachtige dans zien aan zijn uitverkoren vrouwtje. Als het klikt begint het popje te kopschudden, terwijl de staart trillend op en neer wordt bewogen. Het paren vindt vervolgens in het nest plaats. Trouwens, bij het samenstellen van de broedpaartjes is het goed de vogels zelf hun partner te laten kiezen. Dit zal zeker de broedresultaten ten goede komen. Een goede methode is de vogels kleurringen om te doen en ze vervolgens te observeren. Wanneer een popje een mannetje toestaat in haar buurt te zingen en te dansen zonder weg te vliegen kun je er zeker van zijn dat ze bij elkaar passen. Vervolgens is het vrij gemakkelijk beide vogels op de kleurringen uit te vangen. In gevangenschap ligt de broedtijd van januari tot april. Dit is de periode waarin het in Australië zomer is. Nog steeds zit deze broedcyclus in de vogels ingebouwd. Als we in gevangenschap de poppen en de mannen gescheiden houden is het mogelijk deze broedcyclus enigszins te verschuiven. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk gouldamadines later dan in april te laten broeden. Nestgelegenhuid: Als nestgelegenheid kunnen we de vogels nestkastjes met een afmeting van 15x15x15 cm. geven. De nestopening dient een doorsnede te hebben van minimaal 4,5 cm. In het nestkastje kun je het beste zelf een voorgevormd nestje aanbrengen door wat droog gras en/of kokosvezel samen te drukken. Als je dit niet doet bestaat de kans dat ze eieren gaan leggen in een nestkastje zonder nestmateriaal. Goulds zijn namelijk niet van die fantastische nestenbouwers. Als het popje eenmaal begint met leggen gaat ze meestal na het leggen van het 4e eitje over tot broeden. Overdag wordt er afwisselend door het popje en het mannetje gebroed. 's Nachts wordt er door één van beide vogels gebroed, terwijl de ander dicht in de buurt aanwezig blijft. Nestcontrole moet wel enigszins beperkt worden. Probeer dit te doen als de ouders van het nest zijn, dan blijven ze rustiger en beperk je de kans dat ze het nest definitief verlaten. Uitkomen jongen: Zoals reeds eerder vermeldt komen de eitjes na ca. 15 dagen uit. Doordat de vogels pas bij het 4e eitje beginnen te broeden komen de eitjes veelal binnen 2 dagen allemaal uit. De eischalen worden in veel gevallen door de oudervogels opgegeten. Het is trouwens heel goed om de vogels regelmatig fijn gemalen eierschalen te verstrekken. Je zult zien dat ze hier graag van eten. De jongen zijn vleeskleurig en kaal. Opvallend is de verhemelte tekening die de jongen laten zien. In de bovensnavel zitten 2 zwarte vlekken aan de punt met daarbij 5 zwarte vlekken op een gele ondergrond. Verder 2 zwarte vlekken op de tong, een zwarte hoefijzerachtige vlek in de ondersnavel alsmede prachtige groen-blauwe en blauwe ronde papillen en een kleine witte papil in de snavelhoeken. Twee dagen na het uitkomen van de eitjes zijn de bedelgeluiden van de jongen duidelijk hoorbaar. Na ongeveer 24 dagen vliegen de jongen uit. De eerste nachten keren ze nog terug naar het nest. Na 2 dagen beginnen ze al zelf mee te eten en na ca. 14 dagen eten ze zelfstandig. De laatste dagen worden ze uitsluitend nog door het mannetje gevoerd omdat het popje dan veelal al weer begonnen is aan een nieuw broedsel. De jongen hoeven niet van de ouders te worden gescheiden. Gouldamadines zijn wat dat betreft zeer vreedzame vogels en hebben een zeer groot acceptatie vermogen. De jonge vogels beginnen meestal zo na 8 tot 10 weken met de jeugdrui welke na 7 tot 8 weken voltooid is. In deze periode zijn de vogels bijzonder gevoelig voor sterfte. Veel kwekers laten de jongen tot na de jeugdrui in hun geboorteverblijf omdat dit, zo heeft hun ervaring geleerd, tot minder sterfte onder de jonge vogels leidt. Tevens is het zaak de jongen nooit zo maar in een andere omgeving te plaatsen!

Beschrijving:

Zoals reeds opgemerkt worden de goudamadines onderverdeeld in roodkop-, zwartkop en geelkop. Bij de gouldamadines kennen we inmiddels een groot aantal mutaties, zoals de witborst, lilaborst, gele, groen overgoten (pastel) en blauwe goulds. Dus een voorbeeld van een complete benaming is bijvoorbeeld een roodkop paarsborst groen overgoten gouldamadine man. Kleurvarianten De Gouldamadine komt voor in verschillende kleurvarianten. De volgende kleuren komen voor: Kopkleur - zwart (in het wild hebben 70% van de goulds een zwarte kop) - rood (29%) - oranje(1%) Borstkleur - Paars (wildkleur) - Wit - Lichtpaars Rug-/rompkleur - Groen ofwel Lichtgroen (Wildkleur) - Geel - Blauw - groen overgoten (ook wel pastel genoemd) - Wit In bovenstaande kleuren zijn bijna alle combinaties mogelijk, dus dat zijn er nogal wat. Bij de man zijn de kleuren wat feller dan bij de pop. De vererving Als je iets meer wilt weten over de vererving van de kleuren van de Gouldamadine moet je een aantal basisregels onthouden: Het is een verhaal over X- en Y-chromosomen maar om het eenvoudig te houden laat ik deze termen zoveel mogelijk achterwege. Belangrijk om te weten is dat de man 2 X-chromosomen heeft en de pop maar 1. Dit is van invloed op de kop en de rompkleur, maar niet voor de borstkleur. Dat betekent dat de pop altijd een zuiver kleur kop en romp heeft en geen split kan zijn. Split wil zeggen dat een vogel twee kleuren bij zich draagt, maar alleen de ene kleur laat zien. Bijvoorbeeld zwartkop split voor roodkop. Een jong kan dan de rode kleur wel weer laten zien. Recessief verervend Verder zijn bepaalde kleuren recessief tenopzichte van andere kleuren. Dat wil zeggen als er op de X-chromosomen twee verschillende kleuren aanwezig zijn, de een altijd tevoorschijn komt en de ander niet De kleur die niet tevoorschijn komt is recessief ten opzichte van de kleur die je wel ziet. De rode kopkleur is bijvoorbeeld recessief ten opzichte van de zwarte kopkleur. Een man met de aanwezigheid van 1 X-chromosoom met zwart en een met rood zal een zwarte kopkleur hebben. Een man zal slechts de rode kleur laten zien als beide X- chromosomen een rode kleur laten zien. een pop met een rode X-chromosoom laat deze altijd zien omdat zij er maar 1 heeft. Borstkleuren De witborsten laten zich alleen maar zien als beide chromosomen witborst zijn. Witborst is dus recessief t.o.v. paarsborst. Dit geld voor man en pop. Je hebt dus alleen kans op een een witvorst als beide ouders witborst of split voor witbost zijn. Rompkleuren Rompkleuren vererven weer iets anders. dan de kop en de borstkleuren. De Gele Gould: De gele Gould vererft altijd geel indien deze gekoppeld wordt aan een gele partner. Het wordt echter anders als de gele man aan een wildkleur (groene) pop wordt gekoppeld. De jonge mannen worden in dit geval pastel (groen overgoten) en de jonge poppen groen. Dit wordt ook wel geslachtsgebonden vererving genoemd. De jonge poppen nemen altijd de kleur aan van de moeder. Als een gele pop aan een groene man wordt gekoppeld gebeurd hetzelfde. De jonge poppen zijn dan geel en de jonge mannen pastel. De Pastel (groen overgoten) mannen zijn altijd split voor geel. Als je een pastel man dan aan een gele pop koppelt zijn de jonge mannen of geel of pastel. De poppen zijn dan geel. De pastel kleur komt dus niet voor bij poppen. Deze zijn alijd groen of geel. De blauwe Gould: Naast groene en gele goulds, bestaan er ook blauwe en witte. Nadere informatie over de vererving is ook te vinden op de site van de Speciaalclub Natuurbroed Gouldamadines Nederland.

Voedsel:

Je kunt de vogels het beste een goed tropenmengsel gemengd met onkruidzaad en witzaad geven. Er zijn ook speciale mengsels voor Australische prachtvinken in de handel. Naast dit zaadmengsel kun je de vogels elke dag een mengsel van kiemzaad, eivoer en vismeel (dierlijke eiwitten) geven. Bijvoorbeeld in een verhouding van 1 deel vismeel, 4 delen droog kiemzaad en 5 delen eivoer. Nadat het kiemzaad is geweekt meng je hier het eivoer en vismeel doorheen. Verder zijn ze als ze het een keer gewend zijn gek op levend (diepgevroren) voer zoals meelwormen, pinkies en buffalowormen, en verder natuurlijk scherpe maagkiezel en vogelgrit gemengd met mineralen. Verder is het voor de vogels geweldig om in de zomer op zoek te gaan naar onbespoten gras- en onkruidzaden. Deze worden in bossen neergehangen in de volière en het is een genot om te zien hoeveel plezier je hier de vogels mee doet. Het verdient verder aanbeveling de vogels elke dag schoon water te geven. Gouldsamadines drinken vaak kleine hoeveelheden water. Het is dus belangrijk dat ze steeds over schoon drinkwater kunnen beschikken.

De Gekleurde Zanger - C.L.W.Noorduijn | info@vogelvereniginglochem.nl